<< Terug

Schouw Open Akker

Datum: 24 september 2018 Schouw Open Akker

Beknopt verslag schouw leefgebied Open Akkerland
In de tweede helft van juli jl. zijn Reinskje Brandsma en ondergetekende op pad geweest voor de schouw van de beheerpakketten ‘Vogelakker’ en ‘Kruidenrijke akkerranden’. Beide pakketten worden op tal van locaties in het werkgebied van collectief de Waadrâne toegepast, binnen het leefgebied Open akkerland. De beheerpakketten zijn met name gericht op de verschillende vogelsoorten, die in dit open landschap voorkomen, zoals scholekster en kievit, alsook wat kritischer soorten zoals veldleeuwerik, gele kwikstaart, patrijs en kiekendieven. Dergelijke vogels vinden een geschikt broedbiotoop op de percelen met het aangepaste beheer. Daarnaast is er voor de insectenetende soorten voldoende voedsel beschikbaar omdat de percelen met allerlei soorten kruiden ingezaaid zijn, waar tal van insecten op af komen. Niet alleen vogels, maar bijvoorbeeld ook muizen zullen profiteren van de insecten, maar ook van de zaden van de kruiden en granen die veelvuldig aanwezig zijn. En op hun beurt zullen ook soorten als kiekendieven daar weer hun ‘graantje van meepikken’!
De schouw vond plaats op twee zomerse dagen. Er werden meer dan 60 locaties bezocht waar beheer uitgevoerd wordt, verspreid liggend door vrijwel het gehele werkgebied. Er werd gekeken of het beheer op de vooraf afgesproken locaties (en oppervlaktes) ligt en of het beheer op de juiste manier uitgevoerd werd, dus of er voldaan werd aan de beheereisen en aanvullende voorschriften, beschreven in de beheerpakketten. Op verreweg de meeste plekken werd in alle opzichten voldaan aan de voorwaarden en zagen de betreffende percelen er prachtig uit, door de meestal uitbundige kleurenpracht, veroorzaakt door de vele bloemen! De resultaten van de schouw werden per beheereenheid genoteerd op de schouwformulieren. Onderdeel hiervan was het noteren van de aangetroffen planten- en eventueel vogelsoorten.
Op diverse plekken is dit jaar voor het eerst aan beheer gedaan, op andere plekken gebeurt dit al meerdere jaren. En dat is soms in het veld goed te zien. Op sommige plekken was het aandeel bloeiende planten afgenomen, ten opzichte van het eerste jaar, waardoor de kleurenpracht soms wat minder was. Hier en daar werd geconstateerd dat er op de bloemrijke plekken duidelijk meer insecten aanwezig waren dan op de ‘minder kleurige’ delen. Al is het wel van belang om op te merken dat de weersomstandigheden daarbij wel van invloed zijn. Aan te temperatuur lag het niet, maar juist als de zon achter de bewolking verdween en/of bij een wat hardere wind, werden al snel minder insecten waargenomen – terwijl ze er misschien wel waren. Hoewel er niet heel specifiek gekeken is naar de soorten insecten, werden er vele gezien, bijvoorbeeld bijen (ook andere soorten dan de honingbijen uit de kasten die op veel plekken staan), zweefvliegen, vlinders, sprinkhanen etc.
Hoewel het voor (broed)vogels al laat in het seizoen was, werden ook van deze groep regelmatig de waargenomen soorten genoteerd op het schouwformulier. Zo werden een aantal keer putter en/of kneu waargenomen, soms in kleine of wat grotere groepjes. De kneu is een echte zaadeter en ook voor de putter geldt dat zaden hoog op het menu staan. En die zijn veelvuldig aanwezig in de beheerde percelen. Niet alleen in de granen maar ook in de ingezaaide kruiden als ze uitgebloeid zijn. Een paar keer werd een zingende veldleeuwerik waargenomen en bijzonder was de waarneming van het zeer karakteristieke 'kwik-me-dit’, het geluid van de kwartel. De vogel zat vlakbij, in de dichte kruidenbegroeiing, niet ver van Ee.
Tijdens de schouw zagen we veel ‘klein gespuis’; insecten. In de paragraaf ‘aanvullende criteria’ in de beheerpakketten, wordt hierover het volgende gezegd: ‘Hoe gevarieerder het mengsel is en hoe meer gespreid, des te groter het insectenvolk’. Ook de zin daarna is denk ik een hele belangrijke: ‘Bovendien: als akkerranden enkele jaren met rust gelaten worden, gaan ze meer en meer een functie vervullen in het voortplantingsproces’.  De bloemen, die de akkers zo kleurrijk maken, zijn met name waardevol als voedselbron voor de imago’s, ofwel de volwassen insecten. Echter, de onvolwassen stadia van insecten, bijvoorbeeld de rupsen van veel vlindersoorten, hebben juist ook  andere plantensoorten nodig om op te leven, waarbij het veelal gaat om grassen en kruiden die van nature in ons landschap voorkomen. Door inderdaad bepaalde delen (voor langere tijd) met rust te laten, zullen na verloop van tijd ook deze planten verschijnen. Daarbij komt dat het voortplantingsproces niet steeds verstoord wordt wanneer er niet jaarlijks gemaaid en/of geploegd zou worden. Rupsen of poppen van vlinders, die in de strooisellaag of bodem overwinteren, krijgen juist dan de kans om groot te worden!
Gerrit Tuinstra, Landschapsbeheer Friesland